Baanders tempel als best bewaarde geheim van Sneek

 

„Het is met de vrijmetselaars in Sneek net als hun herdenkingssteen op de Markstraat. Zo’n beetje weggestopt onder terrastafeltjes”.

Die observatie deed waarnemend burgemeester Magda Berndsen bij de vrijmetselaars van Sneek die zaterdag hun 200-jarig bestaan vierden. Binnenkort mogen ze de herdenkingssteen vernieuwen. Zaterdag werd het boek Het Juweeltje van Sneek gepresenteerd dat over het gebouw van de vrijmetselaars aan de Looxmagracht gaat.

Berndsen gaf toe dat zij eigenlijk ook niets wist van die twee exclusieve mannenloges: „U zegt dat een vrijmetselaar voortdurend aan zichzelf werkt. Maar de samenleving merkt daar weinig van. Wellicht kunt u daar ook aan werken”. De ceremoniemeester en broeder Henk Kuiper antwoordde enigszins gelaten: „Zichtbaarheid blijft inderdaad een spanningsveld voor de vrijmetselarij”.

Baanders tempel

Het is ‘één van de beste bewaarde geheimen van Sneek’ zo staat in een uitnodiging aan belangstellenden om een keer de bijeenkomsten bij te wonen die comparities en ritualen worden genoemd. Ook de jubileumviering was niet in het eigen gebouw, door de vrijmetselaars tempel genoemd, maar in de Doopsgezinde Kerk.

De eerste Sneker loge werd in 1818 opgericht door jonkheren en wethouders met als lijfspreuk Concordia Res Parvae Crescunt. Dat betekent zoveel als ‘eendracht brengt kleine dingen tot wasdom’. Als er in 1881 een eigen logegebouw komt, zijn er ruim zestig leden.

Eind negentiende eeuw verzakt het gebouw, waarop vrijmetselaar, architect en uitvoerder Herman Baanders in 1938 een grondige verbouwing start. De vrijmetselaars noemen hun gebouw dan ook nog steeds de Baanders tempel.

‘Daad van God’

Kort na de ingebruikneming werd het gebouw tijdens de Tweede Wereldoorlog als clubgebouw aan Nederlandse NSB’ers in Sneek toegewezen. Zij vernielden daarbij het interieur van het pand.

Toen het gebouw na de oorlog moest worden hersteld, werd Baanders boos. Hij trok kwaad de deur achter zich dicht om er nooit meer terug te komen. Hij vond dat zijn bouwwerk daar stond als ‘een daad van God’ die niet kon worden overgedaan. De tegenwoordige leden menen van wel. Logelid Hans Knoppen stelt in het jubileumboek dat de leden nu ‘zelf de bouwheer en bouwsteen zijn van de tempel’.

In de Sneker tempel ziet nog steeds het alziend oog dat boven de voorzitter van de vrijmetselaars hangt, neer op het altaar waar bijbel, passer en winkelhaak de ‘grote lichten’ vormen van de loge. Aan weerszijden staan twaalf lichtschachten met daartussen dierenriemtekens.

Geen levensbeschouwing

Toch vindt de Vrijmetselarij zelf dat het geen godsdienst, ideologie of levenbeschouwing is. Het is een manier ‘om de waarheid te ontdekken’, zo. Op de tafel licht de ruwe steen, die de mens uitdrukt. Die moet worden bekapt en gepolijst om te worden ingepast in het bouwwerk van levende stenen.

De theosofie waar de leden en oprichters nog een vurig voorstander van waren, ging in de loop der jaren teloor, zo beschrijft het jubileumboek. De twee loges tellen naar eigen opgave zestig leden. Incidenteel staan de bijeenkomsten tegenwoordig open voor belangstellenden die zich van te voren melden. Normaal gesproken hebben de ritualen (mystieke plechtigheid) een besloten karakter.

Ter gelegenheid van 200 jaar Vrijmetselarij Sneek is het boek Het juweeltje van Sneek, De Baanders Tempel uitgebracht. Eigen uitgave Info: info.loge040@vrijmetselarij.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *