Consecratie, oktober 1913

De maçonnieke kring bestond bij het einde uit 8 meesters, 1 gezel en 2 leerlingen. StationswegVoorzitter was Tulp, secretaris Frank en thesaurier Hillebrand.
Zo en onder hun leiding vergaderde de club op zondag 19 oktober 1913 voor de laatste maal.
De  ceremoniemeester Wolff Sr. begeleidde de leden en oud-leden van de kring en de leden van ‘Fides Mutua” tempelwaarts.
Een tijdperk van onopgemerktheid binnen de Orde en van geringe verantwoordelijkheid werd afgesloten.
Weemoedig omdat een club werd opgeheven en omdat een aantal leden de oprichting van de nieuwe Loge niet meer kon meemaken.
Maar toen de Grootofficieren en de overige visiterende broeders ook waren binnengeleid, sloeg deze weemoedige stemming om in een vreugdevolle.Ogterop

De grote zaal van de heer Ogterop was in een Tempel herschapen; met planten waren de gedeelten, waarboven zich de balkons bevinden, geheel gemaskeerd en door het aanbrengen van prachtige palmen hier en daar en bovenal achter het podium, dat als troon dienst deed, verkreeg het geheel een feestelijk aanzien.

grootmeester van Gijn
grootmeester van Gijn

In totaal 76 broeders hadden de presentielijst getekend.
Van het Hoofdbestuur waren de Grootmeester Van Gijn en de Grootofficieren Helder en Nanninga Uitterdijk aanwezig.
Voorts vertegenwoordigers van de Loges “De Friesche Trouw” uit Leeuwarden, “Anna Paulowna” uit Zaandam, “Jacob van Camp en” uit Amersfoort, “Ultrajectina” uit Utrecht, “Fides Mutua” uit Zwolle, “1 ‘Union Provinciale” uit Groningen, “Fraternité” uit Almelo, “Moed en Volharding” uit Assen, “Concordia RP.C.” uit Sneek, “De Geldersche Broederschap” uit Arnhem, “Acacia” uit Rotterdam, “la Flamboyante” uit Dordrecht en de “Zeven Verenigde Amsterdamse Loges”.

Voor ons is het bijzonder fijn, dat de maçonnieke pers het hele gebeuren in een volledig verslag heeft vastgelegd in de uitgave van l’Union Fraternelle, 23e jaargang d.d. 25 oktober 1913.

Nanninga Uitterdijk
Nanninga Uitterdijk

Zo kunnen we reconstrueren wat er toen, op die middag en avond is gebeurd en gezegd. Het bouwstuk van Hendrikse, de redenaar van de Loge is o.a. volledig weergegeven. Verder werd het geheel omlijst door zang van een dubbelkwartet uit Zwolle, onder de leiding van Bokelmann.
Tweemaal werd een drietal passende liederen ten gehore gebracht.
Dat dit de plechtigheid van deze dag zeer veel verhoogde, laat zich denken.

De bijzondere band met “Fides Mutua” kwam wellicht het beste tot uitdrukking in de benoeming tot Meester van Eer van Koch, de toenmalige voorzittend meester van “Fides Mutua”, die op zijn beurt zeer verrast was door dit buitengewone bewijs van dank en sympathie, vooral om de banden tussen de beide werkplaatsen onverbrekelijk te maken.

Die band met “Fides Mutua” komt ook naar voren uit het zegel en vignet van de Loge “Humaniteit”. Dit is heel duidelijk ontleend aan het zegel van “Fides Mutua”.loge logo

Zo gingen zes jaren voorbij. Na het Grootoosten 1919 ging “Humaniteit” verder op de ingeslagen weg als Loge met volledig werking met de bevoegdheid tot het houden van recepties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *